- Details
Vandaag leveren NKAL en PreventPartner het rapport Haalbaarheidsstudie Video Exposure Monitoring systemen in bij Lexces. Daarmee wordt het rapport binnenkort ook openbaar beschikbaar. Het onderzoek laat zien hoe Video Exposure Monitoring (VEM) kan helpen om blootstelling op de werkvloer beter zichtbaar, begrijpelijk en bespreekbaar te maken.
Wat is VEM?
Video Exposure Monitoring combineert videobeelden met gelijktijdige metingen van blootstelling aan stoffen. Hierdoor wordt letterlijk zichtbaar welke handelingen of situaties zorgen voor pieken in blootstelling. Dat maakt VEM niet alleen een technisch meetinstrument, maar vooral een krachtig hulpmiddel voor communicatie, bewustwording en gedragsverandering.
Wat hebben we onderzocht?
Drie systemen zijn beoordeeld: PIMEX 2.0, EVADE en Telemetry Overlay. Op basis van literatuur, interviews, labtesten en praktijkpilots (stof, lasrook en VOS) is gekeken naar gebruiksgemak, technische mogelijkheden en praktische inzetbaarheid.
Belangrijkste inzichten
PIMEX 2.0 is op dit moment het meest geschikt voor directe toepassing in de Nederlandse praktijk. Het systeem maakt het mogelijk om resultaten meteen op de werkplek te bespreken, waarbij blootstellingspieken direct wordt gekoppeld aan specifieke handelingen.
EVADE en Telemetry Overlay zijn technisch bruikbaar, maar vragen meer nabewerking. Ze zijn daardoor minder geschikt voor directe interventies, maar wel waardevol voor analyse achteraf en het maken van instructiemateriaal. Telemetry Overlay biedt bovendien mogelijkheden voor visueel aantrekkelijke presentatievideo’s.
Wat is nodig voor succesvolle inzet?
Vier factoren zijn cruciaal:
- werkende systemen en geschikte sensoren
- voldoende kennis en training
- duidelijke privacyafspraken
- een georganiseerde structuur voor ondersteuning en kennisdeling
Het onderzoek laat zien dat PIMEX 2.0 direct gereed is om te implementeren, ondersteund door een voorlopersgroep van getrainde arbeidshygiënisten.
Waarom is dit belangrijk?
De studie laat zien dat VEM-systemen een waardevolle en praktisch toepasbare tool zijn voor iedereen die werkt aan gezonde en veilige arbeidsomstandigheden. Ze maken blootstelling zichtbaar, helpen bij het onderbouwen van maatregelen en versterken bewustwording en gewenst gedrag op de werkvloer. Met gerichte investeringen in techniek, kennis en organisatie kunnen VEM-systemen een belangrijke rol gaan spelen in de Nederlandse arbeidshygiënische praktijk.
- Details
Wie gezond en veilig wil werken, kan dat het beste al van jongs af aan leren. Dianne Commissaris bracht gezonde en veilige werkgewoonten rechtstreeks de MBO-klas in met praktijkgerichte filmpjes, actieve opdrachten en échte werksituaties.
Gezonde School helpt scholen om op een structurele en integrale manier aan de gezondheid en ontwikkeling van leerlingen te werken. Tussen 2023 en 2025 werd vanuit het programma budget vrijgemaakt om arbodeskundigen op MBO-scholen in te zetten, met als doel om studenten al tijdens hun opleiding voor te bereiden op gezond en veilig werken in hun toekomstige beroep.
Dianne Commissaris van PreventPartner sloot aan bij Yonder, een MBO-school in Tilburg. Samen met een Thomas Rooijakkers, een enthousiaste docent van het keuzevak Arbo, dacht ze na over hoe ze studenten optimaal kon voorbereiden op stages en het beroepsleven. Haar uitgangspunt: "Als je de juiste manier van werken direct aangeleerd krijgt, neem je dat je hele leven mee."
Herkenbare situaties uit de praktijk
Om het gesprek in de klas op gang te brengen, moesten studenten zich kunnen herkennen in wat ze zagen. Daarom werd gekozen voor korte filmpjes van echte werksituaties bij bedrijven uit de regio. Bij vier bedrijven werden telkens minimaal vijf situaties gefilmd. In totaal dus meer dan twintig filmpjes, gemaakt in tiktok-stijl door een jonge videograaf die zelf net zijn MBO had afgerond. De docent reageerde enthousiast: "Hier kan ik jaren mee vooruit!"
Voeten binnenboord!
Voor het onderdeel logistiek werd gefilmd in een enorme hal waar pakketten binnenkomen op lopende banden, gesorteerd worden en daarna in rolcontainers worden gestapeld. Dianne: “In het filmpje zoomen we bijvoorbeeld in op de vraag hoe je een rolcontainer laadt op een gezonde manier voor je rug en leggen we uit waarom het verboden is om koptelefoon op te hebben in het magazijn waar veel verkeer rijdt. En als je op een vorkheftruck in dat magazijn rijdt, wat zijn dan de risico’s? We laten telkens de onveilige en de veilige situatie zien. Dus in dit geval: handen en voeten binnenboord en veiligheidsschoenen!”
Bij een IT-bedrijf was er veel aandacht voor de werkhouding achter een beeldscherm en het belang van afwisselen met staand werken. Dianne: “Maar we gingen ook in op de typische, maar ongezonde neiging om de lunch achter de laptop te eten. Het is zo belangrijk om ook achter die computer vandaan te komen! En bovendien, wat eet je dan? Een bar uit de automaat met een energiedrankje, of is er gezond eten beschikbaar?” Maar ook praktische zaken, zoals veiligheidsrisico bij het vernietigen van harde schijven komen aan bod. “Soms schieten splinters weg, dus dan is een veiligheidsbril echt geen overbodige luxe.”
Van zien naar doen
Met deze voorbeelden hoopt de docent de studenten ook figuurlijk door een gezond- en veiligheidsbril te laten kijken. De filmpjes vormen het startpunt van een actieve werkvorm. Studenten bekijken een situatie, bespreken die klassikaal en koppelen die aan hun eigen stageplek: hoe gaat het er bij jou op het stagebedrijf aan toe? Daarna gaan ze zelf aan de slag. En als eindopdracht fotografeerden en filmden ze situaties op hun stageplek die voor verbetering vatbaar zijn. Zo leren ze niet alleen risico's herkennen, maar ook te benoemen en aan te pakken.
“Mijn lessen zijn meer context-rijk geworden. Door de filmpjes krijgen de studenten een beter zicht op de veiligheidsaspecten in hun toekomstige beroep.”
Thomas Rooijakkers, docent Arbo
- De filmpjes zijn beschikbaar in de online omgeving van de Gezonde School voor aangesloten scholen.
- Voor een MBO in Nijmegen werd een spel ontwikkeld. Zie ook het nieuwsbriefWat staat er op het spel?)
Meer weten over interactieve (les)methodes?
PreventPartner heeft brede expertise op het gebied van arbeidsomstandigheden en ontwikkelt interactieve leermethodes voor zowel bedrijven als scholen. We denken graag mee over een passende aanpak. Neem contact met ons op
- Details
Het begon met het thema werkdruk, maar als scholengemeenschap Vonk aanklopt bij PreventPartner, blijkt al snel dat de ambitie verder reikt. Vonk – een grote organisatie met 12 onderwijslocaties voor vmbo en mbo in Noord-Holland – wil een compleet arbobeleidsplan, met daarin alle 15 thema's uit de arbocatalogus voor het MBO.
De aanleiding is een breder onderzoek van de Arbeidsinspectie naar werkdruk in het MBO-onderwijs, waaruit blijkt dat hier ook bij Vonk extra aandacht voor nodig is. Maar de organisatie grijpt het moment aan om verder te gaan. Marcel Balm, adviseur arbeid & gezondheid en specialist gedrags- en cultuurverandering bij PreventPartner, pakt de handschoen op. Hij trekt waar nodig andere experts aan.
Werkdruk: van signalen naar inzicht
Samen met de opdrachtgever stelt Marcel een multidisciplinair team samen vanuit Vonk, met vertegenwoordigers uit facilitair, HR, OR en de centrale preventiemedewerker. Voor het thema werkdruk sluit arbeids- en organisatiedeskundige Edo Houwing aan. Er waren al interne notities over werkdruk en er werd jaarlijks een medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO) uitgevoerd. Maar Edo constateert al snel dat er iets ontbreekt: "Er waren wel aanzetten gegeven, maar een systematische inventarisatie miste. Het MTO bevatte te weinig vragen voor echt inzicht. Speelt werkdruk meer op bepaalde locaties? Bij bepaalde leeftijdsgroepen? Die inzichten zijn essentieel voor een effectieve aanpak." Het resultaat: een concreet plan met gerichte aanbevelingen.
15 thema’s
In nauwe samenwerking met het team van Vonk, en waar nodig in overleg met collega’s van PreventPartner, werkt Marcel de verschillende thema’s verder uit. Wat is er nodig om met ieder thema aan de slag te gaan? Hoe wordt er gezorgd voor de benodigde inzichten (risico-inventarisatie en -evaluatie)? Het arbobeleidsplan omvat bovendien een basis voor de beschrijving van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden binnen de organisatie.
OR als constructieve partner
Een gedragen Arbobeleidsplan vraagt om betrokkenheid vanuit de hele organisatie, en dus ook voor de OR, die instemmingsrecht heeft. De OR heeft daarbij een controlerende functie. Toch wordt een OR nog weleens gezien als een lastige luis in de pels. Marcel trainde de OR om een constructieve rol in te nemen: van beleidsontwikkeling tot implementatie.
In subgroepjes werkten OR-leden aan concrete aandachtspunten: een authentiek verhaal over de rol van de OR, het opvolgen van toezeggingen en effectief gedrag in gesprekken met het college van bestuur.
Ook aan de slag?
Wil je voor jouw organisatie een arbobeleidsplan opstellen, of zoek je ondersteuning bij de rol van de OR? De experts van PreventPartner helpen je verder. Neem contact met ons op.
- Details
In december 2025 publiceerde de Europese Commissie de nieuwe “Guidelines for managing asbestos related health and safety risks at work”. PreventPartner werkte mee in een Europese werkgroep om dit uitgebreide richtsnoer samen te stellen. Het geeft een overzicht van goede praktijken voor het omgaan met asbest op de werkplek en praktisch advies om blootstelling van werknemers te verminderen.
Al sinds de jaren’70-’80 is bekend dat asbest onder andere kanker kan veroorzaken en begin jaren’90 werd het gebruik verboden. Het materiaal is echter in grote hoeveelheden en in ontzettend veel toepassingen gebruikt, waardoor we er nog lange tijd mee geconfronteerd zullen worden. Naar schatting worden tussen de 4,1 en 7,3 miljoen werknemers in de EU blootgesteld aan asbest en overlijden jaarlijks meer dan 90.000 mensen aan de gevolgen ervan. Inzicht in de risico’s is essentieel om de juiste maatregelen te nemen en blootstelling te voorkomen.
Europese werkgroep
Peter van Balen, Nettie van der Meer en Ellen Wissink waren als specialisten van PreventPartner bij dit project betrokken. Peter vertelt hoe de werkgroep te werk ging. “Het doel was om kennis en goede praktijken uit de verschillende EU-lidstaten te bundelen. We zijn gestart met uitgebreid literatuuronderzoek en een analyse van bestaande richtlijnen. Die kennis werd vervolgens concreet gemaakt in conceptteksten en aangevuld met informatie uit landen buiten de EU die over technische oplossingen beschikken die mogelijk ook binnen de EU toepasbaar zijn. De conceptteksten zijn in workshops besproken en aangescherpt.”
Toepassing guideline in de praktijk
Om de toepasbaarheid van de guideline te toetsen, gingen de werkgroepleden langs bij bedrijven in verschillende landen, waaronder asbestverwerkers en asbestsaneerders. Peter en zijn collega’s bezochten onder andere een kolencentrale in Duitsland die wordt gesloopt. “Er was bekend dat er grote asbestplaten aanwezig waren die gesaneerd moesten worden, maar er lagen ook kilometerslange pijpen waar in het verleden heet water doorheen liep. Die pijpen zelf waren niet het probleem, maar er zaten kleine asbestplaatjes waarmee ze bevestigd waren. Zo'n plaatje lijkt op het eerste gezicht eenvoudig, maar er zaten er 10 tot 20 per meter. Vermenigvuldig dat over kilometers, en je hebt het al snel over een enorme hoeveelheid asbest die op een verantwoorde manier gesaneerd moet worden. Dat brengt serieuze uitdagingen met zich mee.”
Passieve blootstelling
In de richtlijn is er specifieke aandacht voor passieve blootstelling in gebouwen met asbesthoudend materiaal dat aan het verpulveren is. Hierbij kunnen ook werknemers die niet rechtstreeks met asbest werken worden blootgesteld aan de asbestdeeltjes. In de richtlijn worden maatregelen uitgewerkt voor sanering. Daarnaast is er specifieke aandacht voor gezondheidsbewaking bij mensen waarvan bekend is, of er een groot vermoeden bestaat, dat ze aan asbest zijn blootgesteld. Erkenning van mogelijke blootstelling is daarvoor essentieel. Bij bepaalde ziekten, zoals longkanker door asbest, kan snelle diagnose de overlevingskansen aanzienlijk vergroten.
De richtlijn geeft concrete handvatten voor de risico-inventarisatie en beheersmaatregelen, ondersteund door duidelijke voorbeelden uit de praktijk.
Naar de richtlijn voor het omgaan met asbestgerelateerde gezondheids- en veiligheidsrisico’s op het werk (Engels)
Inzicht in mogelijke risico’s?
De specialisten van PreventPartner kunnen u onder andere helpen bij het inventariseren van mogelijke risico’s op blootstelling aan asbest. Neem daarvoor contact met ons op.
- Details
Wat staat er op het spel?
Een presentatie met een overzicht van risico’s en maatregelen, in hoeverre beklijft dat? Jolanda Willems, arbeidshygiënist bij PreventPartner, doet het anders. Ze zet al jaren spelvormen in om kennis echt te laten landen. En met succes - van studenten tot medisch specialisten, en zelfs bij werknemers die zeggen “ik hou niet van spelletjes”.
Andere, interactieve werkvormen dan alleen maar luisteren zorgen voor beter begrip van de stof en helpen om informatie beter te onthouden. Maar er zijn meer voordelen. “Ik krijg snel een beeld van het kennisniveau van de cursisten; waar zitten de lacunes en waar weten ze al veel over? Zo kan ik mijn verhaal goed laten aansluiten op het kennisniveau van de groep die ik voor me heb en voorkom ik dat ik dingen uitleg die ze al weten.”
Een lossere werkvorm zorgt voor een ontspannen manier om de stof tot je te nemen en te bespreken. Vragen komen dan ook vanzelf naar boven. Dat geeft voor iedereen meer informatie. “Op deze manier realiseren de cursisten zich ook wat ze niet weten en dat is al een belangrijke eerste stap.” De belangrijkste punten geeft Jolanda aan het einde vaak nog op een A4-tje, maar het echte leer- en verwerkingsproces heeft tijdens het spel al plaatsgevonden.
Spel als werkvorm
Jolanda werkt met verschillende spelvormen, altijd afgestemd op de leerdoelen: wat willen we dat men aan het einde geleerd heeft? Zo maakt ze bijvoorbeeld gebruik van het zogeheten barrièrespel: een soort van mens-erger-je-niet waarbij er in teams wordt gespeeld. Je moet de barrières wegspelen om verder te kunnen en daarvoor moet je een stelling of vraag beantwoorden. Binnen het team kun je overleggen. Jolanda: “Dat levert vaak waardevolle discussies op en stimuleert het denken over de inhoud. De thema’s stem ik af op de doelgroep – van biologische agentia voor hoveniers tot geluidsbelasting in fabrieken.”
Voor het leren van veiligheidssymbolen op scholen werkte Jolanda met een woordenboek-methode. Het ene team bedacht drie ‘woordenboekdefinities’ bij een veiligheidssymboolbord en het andere team moest raden welke de juiste is. De discussie versterkt de leereffecten. Een andere vorm is het puzzelspel, dit zorgt de discussie voor inzicht. Puzzelstukken moeten worden vrijgespeeld door stellingen goed te beantwoorden. Het puzzelspel wordt goed opgepakt op allerlei niveaus, tot aan artsen aan toe.
De realiteit onder ogen
Een veel uitgebreidere vorm is het postenspel, dat onder andere is ingezet om retailers te leren over arbobeleid. Jolanda: “De groep had hier al les over gehad, maar daar was weinig van blijven hangen. Het postenspel is een vorm van ervaringsleren: in ieder winkeltje was er een andere opdracht: iemand met hoge werkdruk, gevaarlijke stoffen bij een wasserette, zwaar tillen bij een verhuisbedrijf… Overal was er een opdracht en er was ook een prijs.”
Ook aan de slag met interactieve werkvormen?
Neem dan contact met ons op. Naast spellen zijn er nog meer interactieve werkvormen die tot goede resultaten leiden.
Op de website van de Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne zijn twee puzzelspellen beschikbaar: de spelbox geluid en de spelbox gevaarlijke stoffen zijn daar gratis te downloaden.